|
De kampioenen van
de hoofdklassen A, B en C promoveren
naar de topklasse.
De
periodekampioenen spelen om het
klassenperiodekampioenschap zoals
omschreven in hoofdstuk 1.22.4 van
het Bewaarnummer. De
klassenperiodekampioenen spelen met
de herkanser van de topklasse zondag
om één plaats in de topklasse. Via
loting worden de herkanser en de
klassenperiodekampioenen voor de
halve finale van de nacompetitie aan
elkaar gekoppeld. Beide halve
finales bestaan uit twee
wedstrijden. Via loting wordt
bepaald wie het thuisrecht heeft in
de eerste wedstrijd en wie het
thuisrecht heeft in de tweede
wedstrijd. De winnaars plaatsen zich
voor de finale van de nacompetitie.
De finale omvat één wedstrijd die op
neutraal terrein wordt gespeeld. Een
periodekampioen speelt maximaal vijf
wedstrijden in de nacompetitie.
De nummers 11 en
12 van de hoofdklassen A, B en C
zijn herkansers. De herkansers
spelen tegen de periodekampioenen
van de 1e klassen conform
onderstaand schema:
-
-
De herkansers van de
hoofdklasse A worden
gekoppeld aan de
periodekampioenen
van de 1e klasse A
en B;
-
De herkansers van de
hoofdklasse B worden
gekoppeld aan de
periodekampioenen
van de 1e klasse C
en D;
-
De herkansers van de
hoofdklasse C worden
gekoppeld aan de
periodekampioenen
van de 1e klasse E
en F.
Voor de
volgorde van deze wedstrijden en de
van toepassing zijnde bepalingen
wordt verwezen naar hoofdstuk
1.22.3.
De nummers 13 en
14 degraderen rechtstreeks naar de
1e klasse.
|